Blog
Juni 2011: Adem-animatie
voor blazers
Ik heb onze huisstijlontwerper Erik Bongue gevraagd een animatie te maken
om het effect van een krachtige neusademhaling te demonstreren waarmee
het zachte verhemelte wordt gestimuleerd. Klik de link hierboven om de
animatie te bekijken. Vergeet niet je speakers aan te zetten als je de
ademhaling wilt horen. Let ook op de spoiler-achtige vorm van de tong
en de positie voorin tegen de tanden.
Onthou dat tijdens
het spelen je doorgaans de neus- en de mondademhaling beide nodig hebt.
De neusademhaling is vooral goed om je bewust te worden van het zachte
verhemelte, en je bewust te worden van ruimte die je ermee kunt creëren
om de toon te kleuren. Het naar voren houden van de tong is de beste
tip die ik in jaren heb gehad! Dankjewel Erik, geweldige job.
Mei 2011: Opnieuw Lichtenberg
Een collega van het Utrechts conservatorium had een
therapeut van het Lichtenberg instituut (zie vorige Blog) uitgenodigd en
een uurtje voor me ingeroosterd bij deze Ruth Weimar. Zij werkt niet alleen
werkt met de Lichtenberg methode maar is ook fysiotherapeute en doet aan
'bodywork'. Na kort wat gespeeld te hebben werd ik uitgenodigd om
op een behandeltafel
te gaan liggen. De eerste trompetles in een jaar of 40 waarbij dit
gedaan werd!
Met een engelengeduld werkte ze aan een steeds lager wordende ademhaling.
Een van de eye-openers vond ik dat de pompwerking van de ademhaling weliswaar
voor het blazen belangrijk is, maar dat het bij de echte ademhaling
uiteindelijk gaat om een chemisch proces waarbij in de cellen zuurstof
wordt omgezet. Ruth leerde mij dat de energie die hierbij vrijkomt gevoeld
kan worden. Het deed mij denken aan de prana uit de yoga waar
ik me jaren geleden een poos in verdiept had.
De sessie op de stretcher duurde zeker een half
uur, waarbij ik op een gegeven moment kon voelen dat de ademenergie tot
in mijn bekkenbodem doorwerkte. Dat ging bepaald niet gemakkelijk. Ik moest
steeds ophouden adem 'te halen', maar eenvoudigweg te wachten tot mijn
lichaam aangaf behoefte te hebben aan nieuwe energie in de cellen.
Toen
ik daarna ging spelen op mijn trompet, met de focus op een lage, rustige,
gebalanceerde adem met een afzet op de bekkenbodem had mijn toon een prachtig
zilveren randje waar ik slechts enkele malen eerder in mijn leven van had
mogen genieten. Toen ik de dagen daarop fanatiek aan de slag ging met het
geleerde klonk ook mijn hoogte veel ontspannender, briljanter en kwam ik
daar ook gemakkelijker.
Een conclusie die ik nu meen te kunnen trekken
is dat de optimale vorm in je mond in feite niet door motorische acties
alleen kan worden afgedwongen. De juiste manier van samenwerking tussen de tong
en het zachte verhemelte is ook onderhevig aan invloeden die vele malen subtieler
zijn. Ruth
wist te vertellen dat er vijf zenuwbanen naar de tong gaan, en dat slechts 1
daarvan voor motorische acties gebruikt wordt. Wie wel eens getongzoend heeft
zal dit beeld onmiddelijk herkennen...
Kortom, voldoende stof om
mee te experimenteren, bij mijzelf en bij leerlingen. Jammer dat er in mijn studeerkamer
geen plaats is voor een stretcher.
Maart 2011: De Lichtenberg methode
In maart bezocht de leider van het Lichtenberger Instituut het Utrechts Conservatorium, dhr. Martin Landzettel. Dit instituut voor 'toegepaste stemfysiologie' is een gezelschap van musici, natuurkundigen, fysiologen en meer, en zij hebben zo'n beetje alles gemeten aan de musicerende mens wat er maar te meten valt. En dat gaat ver: ze hebben cameraatjes door de neus van trompettisten aangebracht om te kijken wat er tijdens het blazen met de stembanden gebeurt, ze hebben stroompjes op vioolsnaren en de toets gezet om te kijken of er spanningsverschillen waarneembaar zijn, enzovoorts.
Voor mezelf vat ik het als volgt samen: waar het bij deze benadering op neerkomt is dat er veel meer aan de hand is dan de speler die het instrument bedient door er trillingen in op te wekken. In de Lichtenberg-benadering gaat men er van uit dat het lichaam evengoed in trilling is en in wisselwerking treedt met het instrument, zowel binnendoor als buitenom. Dus in mijn geval voel ik de trilling van de trompet in mijn handen, armen, gebit en schedel overvloeien, maar ook het geluid uit de beker bereikt mijn lichaam. De trompet en het lichaam vormen samen het instrument en moeten dus samenwerken om een zo rijk mogelijke klank op te wekken.
De stem is de sleutel tot dit alles. In de workshop konden we getuige zijn van verbluffende verschillen. We hoorden dat een violiste met een a-klank in de mond totaal anders klinkt dan met een i-klank. Nota bene een clavecimbelspeler kreeg de opdracht om de klank van het instrument meer te registreren in zijn strottehoofd. Hij bleek zo anders te gaan spelen dat zijn eigen mond open viel van verbazing.
Ook ik mocht proefkonijn zijn. Ik vertelde dat ik een lichte ruis in mijn geluid hoorde. In het explosievere salsawerk wat ik doorgaans speel is dat niet zo'n probleem, maar ik zou ook het klassiekere timbre (a la Maurice André) wel willen ontwikkelen. Ik moest eerst hummen en daarbij mijn oren dicht drukken. Martin vroeg me waar ik de trilling het meest waarnam. Aanvankelijk vond ik dat een abstracte vraag, maar al gauw kwam ik erachter dat de trilling zich het meest manifesteerde aan de achterkant van mijn schedel, middenop. Vervolgens vroeg hij me om zoveel mogelijk hoge tonen in de hmm-klank aan te brengen. Ook dat lukte door ietwat te spelen met mijn verhemelte. Daarna vroeg hij me: "kun je de klank meer naar je oren brengen". Wederom een vraag die aanvankelijk nogal vaag klonk, maar het bleek helemaal niet moeilijk te zijn om de trilling te verplaatsen zodat de hele gehoorgang meetrilde. Ik deed dat door mijn verhemelte als het ware breed te maken en tegelijkertijd te liften.
Daarna mocht ik mijn oren open doen en in dezelfde stand de hmm-klank te veranderen in een a-klank. Toen ik daarna dezelfde toon op mijn trompet speelde was er een wereld van verschil waar de hele zaal van achterover sloeg. Iemand merkte op: "het is net of deze klank veel meer van jou is!".
Ik ben nu bij mezelf en mijn leerlingen voortdurend bezig middels het zingen van tonen te ontdekken waar de resonantiegebieden zitten en te kijken of ik de klank van de trompet daarmee in verbinding kan brengen. Ik merkte toen ik er afgelopen week een paar uur per dag mee bezig was dat de trillingen bijna als een massage werken, en een fijnzinnig gevoel teweegbrengen, zeer aangenaam. Ook wist ik er bij enkele leerlingen die al eerder ervaring met zang hadden opgedaan beter grip op de toonvorming mee te krijgen. Inspirerend!
Voor iedereen die het experiment wil aangaan heb ik een paar tips en belangrijke vragen op een rijtje gezet. Of het zonder leraar kan? Geen idee! Maar laat het me vooral weten of het je een stapje verder helpt.
1. Zing met je oren dicht op hmm en aah en probeer de trillingen te verplaatsen
zoald ik hierboven beschreef.
2. Doe hetzelfde met je oren open. Zing eventuele spuug- en kraakgeluidjes
weg, ga dus met zolang door tot je stem 'schoon' klinkt. Dit duur vaak
even.
3. Voel overal op je lichaam waar het trilt: voel je je borstbeen vibreren?
Kun je je neusholte aan het trillen brengen? Je voorhoofd? Je achterhoofd?
Je strottenhoofd?
4. Stel soortgelijke vragen als je je instrument bespeelt. Wat gebeurt
er als je je verhemelte breed maakt? Wat gebeurt er als je het optilt?
Voel je nu je borstbeen trillen?
5. Let ook op je ademhaling. Niet alleen is je lage buikademhaling van
belang, maar ook de borstkas en aan de achterkant van je rug zit ruimte.
6. Is je strottenhoofd/keel goed open? De normale functie van het strottenhoofd
is die van ventiel in geval we bijvoorbeeld zware dingen moeten heffen,
maar bij het klank maken moeten we dat ventiel juist open houden.
Succes!
Bart